Atelier familie Bescheij
Als we het schildersatelier van de familie Bescheij uit de achttiende eeuw binnenstappen, komen we terecht in een wereld van arbeid en vakmanschap. Het noorderlicht valt door hoge ramen op zware houten tafels, vol stenen, potten en bundels penselen. In de lucht hangt de geur van lijnzaadolie en fijngewreven pigmenten.
Aarden en mineralen werden vermalen en gemengd met lijnzaadolie en voor lichtere tinten, soms met walnoot- of papaverolie, tot een bruikbare verf. Hoewel er recepten bestonden, werkte ieder atelier op zijn eigen manier, geleid door ervaring en gevoel.
Zo ontwikkelde ook de familie Bescheij haar eigen werkwijze. Het atelier was niet alleen een werkplek, maar een vaste plaats in het dagelijks leven, waar kennis werd doorgegeven en het ambacht van generatie op generatie werd overgeleverd.
Een granietensteen waarop de kleurstof fijngewreven werd en een tafel met verf, klaar voor gebruik.