Balthazar II Bescheij (1738-1804)
Eindelijk uit de schaduw van zijn oom
Balthazar Bescheij II werd op 2 september 1738 in Londen gedoopt als zoon van Josephus Henricus Bescheij en Catharina Rietveld.
In 1754 begon hij aan zijn opleiding in het atelier van zijn grootvader Jacobus Bescheij sr., al was het in werkelijkheid zijn oom Balthazar die hem het vak bijbracht.
Rond zijn huwelijk met Francisca Theresia van den Eersten in 1763 verhuisde hij naar Amsterdam. In 1767 schreef hij zich daar in als poorter van de stad en werd tevens lid van het Sint-Lucasgilde en de Stadstekenacademie. Opmerkelijk is dat hij bij de Academie direct in de hoogste klasse werd geplaatst.
Balthazar werkte als portrettist en decoratieschilder en leidde verschillende leerlingen op, onder wie Hendrik Voogd en Thomas Bianchi. Daarnaast schilderde hij religieuze voorstellingen voor kerken en particulieren en voerde hij restauraties uit op locatie in de kerk. Hij onderhield een breed netwerk van opdrachtgevers en contacten dat zich niet beperkte tot de katholieke gemeenschap.
In 1804 overleed hij in het Buitengasthuis. Zijn naam werd daar als Balthazar Bische genoteerd, vermoedelijk een verschrijving. Zijn loopbaan vormt een schakel tussen de Antwerpse oorsprong van de familie en het Amsterdamse kunstenaars milieu van de achttiende eeuw en verklaart waarom schilderijen gesigneerd met Bescheij, J. Bescheij of B. Bescheij soms aan dezelfde hand toebehoren.